“Tussenin is ook een plek” – De legacy van Nita Liem


Nog vaak denk ik terug aan RapTrap. Ik leerde Nita Liem kennen toen ik in 1998 als jonge danser bij jongerentheater Nultwintig kwam. Ik wilde dansen en spelen, maar wat ik van Nita leerde was anders dan alles wat ik daarvoor gekend had in het theater. Er was geen script, we gingen zelf een voorstelling maken, RapTrap. Wat er van ons werd gevraagd was eigenlijk heel eenvoudig: laat zien wat jij wilt laten zien. In die eenvoud zat iets wat ik toen nog niet kon plaatsen. Nita nodigde ons uit om vorm en beweging te geven aan iets wat al in ons aanwezig was, maar waar we zelf nog geen taal voor hadden. Wat er zo bijzonder was aan de ruimte die zij gaf, was dat onze inbreng niet binnen een bestaande vorm moesten passen, maar de vorm zelf werd. Pas veel later besefte ik dat wat ik daar leerde, alles te maken had met een idee dat telkens terugkeert in Nita’s werk: tussenin is ook een plek. Nooit helemaal passen binnen bestaande systemen of vormen, maar juist vanuit die tussenruimte iets nieuws kunnen maken.

Martine Willems ( in het midden) in “Rap Trap” Artisjok Nultwintig – Nita Liem en Harm van Geel Foto: Jean van Lingen


In de podcast ‘Baanbrekers’, waarin Jeffrey Spalburg haar interviewt, noemt Nita zichzelf ‘een onderzoekende maker’. Niet alleen in het theater, maar in het leven. Als klein meisje danste Nita in het geheim in haar kamer. Als jonge danser kreeg Nita te horen dat ze ‘geen aanleg’ had. Tijdens haar opleiding voelde zij zich niet thuis binnen de bestaande normen van de theaterwereld. En ook later bleef dat gevoel terugkomen: niet wit genoeg voor theater, niet zwart genoeg voor de hiphopscene. Die plek van ‘ergens tussenin’ of niet volledig ergens bij horen, wat toen nog als een tekort voelde, werd later een fundament voor haar werk. Het zoeken naar een eigen vorm, buiten bestaande structuren, werd geen noodzaak meer uit tekort, maar een bewust artistieke keuze. Maar haar legacy zit niet alleen in wat ze maakte. Die zit in hoe zij mensen in beweging bracht. En de manier waarop zij ruimte creëert om maker te worden: vanuit eigen taal, ervaring en positie. 


Dat zag ik ook terug bij Nultwintig. Wat begon als zomerproject voor jongeren die niet op vakantie konden, groeide in de jaren negentig uit tot een nieuwe manier van werken binnen het Nederlands jongerentheater. Kenmerkend was dat verhalen van jongeren als vertrekpunt van het maakproces werden genomen; theatermaken werd een collectief proces, waarin onderzoeken, maken en leren samenvielen. Samen met regisseur David Greaves creëerde Nita een plek waar theatermaken niet draaide om het uitvoeren van een bestaande visie, maar om collectief te creëren vanuit de leefwereld van de jongeren zelf. Nita maakte nooit werk over jongeren, maar met hen. Ze kijkt, spiegelt en bouwt samen.

“Quest” Jongerentheater Artisjok Nultwintig David Greaves en Nita Liem. Foto: Jean van Lingen


Hiphop was daarin geen stijl of thema, maar als taal: een manier van denken, bewegen en vertellen. De principes van hiphop, zoals ‘Each One, Teach One’ kregen vorm als peer support waar veel mee werd gewerkt bij Nultwintig: kennis zit niet bij één maker, regisseur of docent, maar ontstond in de uitwisseling binnen de groep. Ze spreekt zelf over hoe die periode bij Nultwintig voor haar ook een soort vorm van inhalen was, als een zoektocht naar haar eigen identiteit die eerder geen ruimte had gekregen. “Ik heb geprobeerd een Hollands meisje te zijn, maar ik begreep de kids veel beter.”


Wij kregen als spelers een enorme vrijheid, maar die vrijheid was niet vrijblijvend. Nita was streng in aanwezigheid, discipline en verantwoordelijkheid. Je moest op tijd komen, voorbereid zijn en verantwoordelijkheid nemen voor wat je inbracht. Juist die combinatie van vrijheid en discipline maakte het proces scherp, uitdagend en soms ook confronterend. Achteraf zie ik hoe dat onderdeel was van de kenmerkende stijl waarin Nita werkt: de ruimte openen, maar ook duidelijk maken dat je die ruimte samen draagt. En, wat jij meebracht deed ertoe.


Die manier van werken werd voortgezet binnen Don’t Hit Mama, het gezelschap dat Nita met Bart Deuss oprichtte. Uit Don’t Hit Mama kwamen voorstellingen voort waar diverse disciplines elkaar raakten, zoals Hip Hop Hoera, een productie voor kleuters, en Asian Celebration, waarin Javaanse hofdans en hiphop samenkomen in een verkenning naar familiegeschiedenis binnen een koloniaal verleden. De kern bleef hetzelfde; ruimte maken voor stemmen die niet vanzelfsprekend gehoord worden door middel van co-creatie, en ruimte geven aan jongerencultuur als volwaardige kunstvorm met als doel de theaterwereld van binnenuit te veranderen. Juist daarin zit Nita’s baanbrekende kracht: ze maakte ruimte waar dat nog niet bestond, zonder eerst te wachten tot het systeem die ruimte wilde geven.

“Raptrap” Jongerentheater Artisjok Nultwintig Nita Liem en Harm van Geel Foto: Jean van Lingen


Achteraf zie ik hoe bijzonder die manier van werken was. Velen van ons leerden daar niet alleen theatermaken, maar ook hoe je jezelf zichtbaar maakt binnen een groep, hoe je luistert, hoe je samenwerkt. Hoe je betekenis geeft vanuit je eigen ervaring zonder jezelf te hoeven aanpassen aan een bestaande norm. De impact hiervan is van grote betekenis geweest op veel mensen. Theatermaker Jolanda Spoel vertelde mij ooit hoe zij bij Nultwintig ontdekte dat ze helemaal geen acteur, maar regisseur wilde worden. Ze zegt: “David and Nita saved my life”. Die uitspraak is mij bijgebleven omdat dit laat zien dat ons proces verder ging dan alleen talentontwikkeling. We kregen niet alleen de ruimte om te spelen en maken, maar om onszelf anders te leren zien. 


Vandaag de dag is Nita verbonden aan DASARTS, waar zij haar onderzoek naar collectief makerschap en intergenerationeel werken verder verdiept. Haar werk beweegt zich nog steeds op het snijvlak van performance, community en onderzoek, waarbij het maakproces zelf centraal blijft staan als plek van ontmoeting en overdracht. 


In 2023 ontving Nita de Dansspeld tijdens de Nederlandse Dansdagen. Nita ervaarde dit niet alleen als een persoonlijke erkenning maar als een ritueel moment waarin gemeenschap centraal stond: iets wat zij naar eigen zeggen weinig heeft gekend in haar leven. Ze stond daar niet alleen, maar namens generaties: de mensen voor haar, naast haar en na haar. Die relationele manier van kijken vormt de kern van haar werk. Het gaat niet om één briljant individu, maar het collectieve van leren, onderzoeken en samen betekenis maken staat centraal. 

Baanbrekers: Jeffrey Spalburg in gesprek met theatermaker Nita Liem


Haar legacy zit niet alleen in wat ze maakte, maar in de ruimte die ze creëerde voor jongeren met diverse culturele achtergronden om hun expressie als volwaardige kunst te laten bestaan. Wat Nita zo baanbrekend maakt is de manier waarop zij het idee van wat makerschap is heeft verschoven binnen de Nederlandse podiumkunsten. De legacy van Nita zit niet in één voorstelling, in één discipline, in één organisatie. Die zit in mensen en in manieren van werken. In het lef om ruimte te maken waar die nog niet is. Haar impact reikt verder dan alleen de theaterwereld, en leeft voort via generaties makers, dansers, sociaal werkers, docenten en kunstenaars die een andere manier van kijken hebben meegenomen naar hun eigen praktijk. Nita leidde niet alleen acteurs op, maar mensen die leerden hoe je in verschillende systemen tegelijk betekenis kunt maken. 

Wat haar werk zo bijzonder maakt is dat er ruimte is voor onderzoek, twijfel en het nog-niet-weten. Juist daarin schuilt haar kracht als maker. In een wereld die draait om snelheid, presteren en zichtbaar zijn, kiest Nita voor het tegenovergestelde: vertragen. “Je moet vertragen om te weten wat je echt wilt,” zegt ze. Vertragen als een manier om te luisteren naar jezelf, naar anderen, naar iets wat nog geen taal heeft. Vanuit het idee dat ertussenin zijn geen gebrek is, maar een plek. “Leren en delen,” zegt ze. “Ik doe het niet alleen voor mezelf.”